Voor het eerst in de geschiedenis heeft een rechter in Rotterdam gebruikgemaakt van kunstmatige intelligentie (AI) bij het formuleren van een vonnis in een oude moordzaak. De proef vond plaats in een liquidatiezaak uit 2014, waarbij de rechters AI als 'taalhulpmiddel' inzetten, benadrukkend dat de technologie alleen werd gebruikt voor het schrijfproces en niet voor besluitvorming of bewijsanalyse.
De rechtbank in Rotterdam is tevreden over de resultaten van het experiment, waarbij een woordvoerder uitlegt dat het doel was om te ontdekken op welke manier AI kan bijdragen aan het werk van rechters. Dit initiatief markeert een belangrijke stap in de Nederlandse rechtspraak, aangezien het de eerste keer is dat AI is ingezet bij het opstellen van een vonnis door Nederlandse rechters.
De zegsman weigert het specifieke systeem dat is gebruikt vrij te geven, maar bevestigt dat het een openbare tool was, zoals ChatGPT. Tijdens de proef is er expliciet gewaakt over de privacy en gevoelige informatie, met de benadrukking dat alle output van de computer grondig werd gecontroleerd door de rechters.
In het vonnis wordt gedetailleerd ingegaan op de redenen waarom een specifieke verdachte als schutter wordt beschouwd. Zo worden afgeluisterde gesprekken en andere bewijsstukken zorgvuldig toegelicht, waarbij de rechtbank tot een conclusie komt die afwijkt van het Openbaar Ministerie.
Hoewel de Rotterdamse rechters positief zijn over de potentie van AI, verwachten ze voorlopig geen grootschalig gebruik ervan. De beperkte mogelijkheden om informatie in de tool in te voeren en het risico op ethische en juridische complicaties vormen nog uitdagingen voor brede implementatie.