De veiligheidssituatie in Rotterdam laat een interessante trend zien waarbij het aantal woninginbraken en overvallen blijft dalen, terwijl het aantal straatroven een opvallende stijging vertoont. Deze ontwikkelingen worden in perspectief geplaatst door de invloed van de coronamaatregelen. In het afgelopen jaar was er voor het eerst minder dan 1000 woninginbraken in de stad, met slechts 963 gevallen. Dit betekent dat 0,28 procent van de huishoudens te maken kreeg met een inbraak. Vergeleken met 2023, toen er nog 1270 woninginbraken waren, is dit een significante afname.
Het aantal overvallen daalde van 54 naar 45, waarbij 27 overvallen plaatsvonden op bedrijven en 18 op woningen. Daarentegen steeg het aantal straatroven van 297 naar 384, wat een zorgwekkende trend is volgens burgemeester Carola Schouten. Ze benadrukt dat met name straatroven onder jeugdigen toenemen, vaak gepleegd door groepen die elkaar beroven met de intentie tot intimideren of afpersen.
Ondanks de toename in straatroven tonen de statistieken toch hoopvolle signalen. Als we terugkijken naar de periode vóór de coronacrisis, blijkt dat de aantallen van destijds aanzienlijk hoger waren. In vergelijking met 2019 zijn alle drie categorieën van geweldsdelicten sterk gedaald. Destijds waren er 1869 woninginbraken, 460 straatroven en 135 overvallen, wat een duidelijke verbetering laat zien.
Sinds 2012 zet Rotterdam actief in op de bestrijding van High Impact Crimes, waaronder woninginbraken, overvallen en straatroven. Deze aanpak omvat preventieve maatregelen en gerichte daderaanpakken, wat heeft bijgedragen aan de aanzienlijke daling van deze misdrijven sinds de implementatie van het beleid.